Verschillende opdrachtgevers hebben nieuwsmarkt gevraagd specifieke trainingen te ontwikkelen rondom het CMS WordPress en het e-mail marketing pakket MailChimp. Inmiddels zijn een reeks modules beschikbaar en volledig gericht op een hoog praktisch workshop gehalte met voldoende theoretische ondergrond.
• Trainingen WordPress in 2 delen ontwikkeld: deel 2 meer geavanceerde technieken, als o.a. MultiSites, CSS, child themes, hooks (action & filters)
In samenwerking met het Grafisch Lyceum/MediaCollege Rotterdam heeft de eerste ‘test’ training MailChimp al met succes plaatsgevonden voor docenten en in- en externe communicatiemedewerkers. Met het Centrum voor Communicatie en Journalistiek (onderdeel van de Hogeschool Utrecht) is een volledige dagtraining WordPress ontwikkeld, welke in aanvang alleen bedoeld is voor heel specifieke ‘in-company’ trainingen, maar verder – met enige aanpassingen – ook breder in e markt kan worden ingezet.
Ook met NewMediaBrains vinden gesprekken plaats om deze trainingen in het komende najaar aan te bieden aan de bestaande opdrachtgevers van dit Rotterdamse bedrijf, waarmee Peter Luit van nieuwsmarkt.nl een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten.
Nieuwsmarkt voert al ruim een jaar onderzoek uit naar innovaties in mobiele applicaties, die gevoed worden door consument gewenste relevante content van uitgevers en brandowners/retailers. De ontwikkelingen verlopen zeer langzaam, niet in de minste plaats door angst om de bestaande ketens ingrijpend te veranderen.
• Samenvatting van uitgebreid tussenrapport welke eind november zal verschijnen
• Weinig echte innovatie in businessmodellen
• Advertentiemodellen hoofdzakelijk gebaseerd op kwantitatief bereik
• App ontwikkelaars vooral reactief opererend in overvolle markt
• Uitgevers verkopen vooralsnog vooral hun titels
• Conventionele print deadlines als uitgangspunt
• Nog onvoldoende duidelijkheid over gebruik filters en notificaties
• Tijdschriftenapps worden ‘eenvoudiger’ en vooral minder ‘schreeuwerig’
• Het ‘nieuwe lezen’ is vooral nog learning-by-doing speeltuin
• Lokatie gebaseerde opties voor brandowners nog nauwelijks toegepast
Dat zijn de belangrijkste conclusies van een jaar gesprekken voeren met vooral uitgevers van kranten en (vak)tijdschriften en – een nog te beperkt aantal van – hun adverteerders. Uitgevers maken massaal apps van hun titels en doen dat op verschillende manieren. Uitgevers van kranten met print als basis hebben twee varianten. De on-line krant die op een mobiel apparaat te downloaden is op het moment van verschijnen van print en de variant waarbij de content van de titel beschikbaar komt op het moment van het schrijven van een artikel. Beide varianten zijn beschikbaar in zowel gratis als betaalde vorm, of een aantal tussenliggende varianten waarbij men pas gaat betalen na een aantal gelezen artikelen of edities.
In beide varianten is weinig duidelijk omtrent inkomstenmodellen vanuit bestaande adverteerders. Vooral de volledige edities bevatten gewoon de advertenties die ook al in print verschenen en een groot aantal uitgevers zegt nog geen inkomsten te halen uit de advertenties die in de mobiele edities verschijnen. Uitgevers overwegen (nog) niet om advertenties te verwijderen uit de mobiele edities als adverteerders niet zouden willen betalen. We hebben de indruk dat uitgevers zeer terughoudend zijn om adverteerders om geld te vragen voor de on-line edities die zij aanbieden. Veelal zijn het de ‘tussenliggende’ mediabureaus die tegen ‘hun’ adverteerders zeggen dat het bereik van de mobiele edities nog te klein is om er iets voor te hoeven betalen. Sommige tijdschriftenuitgevers zeiden zelfs niet de moeite te willen doen om niet betalende adverteerders in de app te verwijderen en te vervangen door betalende adverteerders vanwege de te hoge kosten in de workflow.
Daarnaast de controle over de keten. In een nieuw te ontwikkelen app waar de consument het voor het zeggen heeft, verdwijnt de grip van de uitgever op zowel de eigen titel als op de verspreiding van commerciële content. Als een consument op rubrieks- of artikelniveau content gaat afnemen gaat dat volgens de uitgevers sterk te koste van de identiteit van de titel. Daarnaast menen zij de ‘bezitter’ te zijn van de adverteerder en willen geforceerde zichtbaarheid van commerciële inhoud in hun titel afdwingen. Dat is nu eenmaal de gewoonte in relatie tot het mediabureau waar zij op basis van geforceerde impressies worden afgerekend, in zowel print als on-line. Vooral de aanbieders van gratis kranten zeiden dat zij de ‘bezitters’ waren van de adverteerders en dat onder geen enkele voorwaarde die grip verminderd zou mogen worden.
Nog complexer wordt het als de app de mogelijkheid zou bieden rubrieken vanuit meerdere titels te combineren. Dus de niet ondenkbeeldige combinatie van bepaalde rubrieken financieel economisch nieuws, gecombineerd aangeboden vanuit NRC en FD. Beide uitgevers gaven aan dit absoluut niet te willen, ook niet als er een bronlogo bij het bericht zou worden getoond. Ze zouden hooguit willen nadenken over combinaties met content vanuit buitenlandse titels. Het argument dat de titels in print gemiddeld vaker bij een ondernemer op tafel liggen dan verondersteld, doet daar niets aan af.
Ook tijdschriftenuitgevers hebben weinig neiging hun ‘zaagtand deadline’ te veranderen. Veelal ingegeven door parallelle workflows voor print en mobiel. De vele apps van deze uitgevers volgen dus de normale verschijningscyclus van de papieren edities. Ook het combineren van titels komt vrijwel niet voor. Elsevier heeft bijvoorbeeld diverse medische vakbladen, maar maakt tot nu toe geen budget vrij om content van die titels te combineren in een app, waarbinnen verpleegkundigen, huisartsen en specialisten van elkaars vak kunnen leren. Deze afzonderlijke beroepsgroepen hebben nu afzonderlijke abonnementen op veelal één titel. Uitzondering was IDG, die vorig jaar al aardig ver waren met hun gecombineerde TechFish app, waarin vooraf per titel onderwerpen konden worden aan- en uitgezet, op basis van relatief eenvoudige RSS feeds per titel.
Er is nog relatief weinig bekend over de neiging push notifications op basis van filters aan te zetten. En wel voorafgaand aan de binnenkomst van content. Sanoma verscheen anderhalf jaar geleden kort na onze uitleg over filters en push notifications met hun laatste versie van NU.nl waar consumenten achteraf op tags konden filteren en daar optioneel bij konden aangeven of zij een melding wilden krijgen zodra de tag voorkwam in een bericht. De nieuwsmarkt app heeft de intentie dat vooraf te doen op basis van een aan te maken eigen profiel voor zowel redactionele- als commerciële content. Een onderzoek in de consumentenmarkt bestaat weliswaar qua format op papier, maar kon tot op heden nog niet worden uitgevoerd.
Ook de investeringen die men zou willen doen in een dergelijke app vallen tegen. Op basis van eigen onderzoek zou een dergelijke app al heel makkelijk tussen de 50-70.000 euro ontwikkelingskosten vergen. De 15 uitgevers die de on-line enquete hebben ingevuld blijken over het algemeen niet meer dan een paar duizend euro initiële inleg te willen betalen en een abonnement te willen overwegen van enkele honderden euro’s per maand. In het tussenrapport van eind november zullen alle details van het onderzoek uitvoerig worden behandeld.
De economie speelt niet in de laatste plaats een beperkende rol in de innovatie van de keten. Het is niet zozeer de app zelf die bedreigend lijkt, maar wel de verandering die de app in de keten teweeg brengt. In gesprekken met uitgevers, adverteerders, mediabureaus en ook het NUV wordt vrij snel afhoudend gereageerd, omdat de impact van de veranderingen nauwelijks is te overzien. Ondanks het feit dat steeds wordt benadrukt dat het vooral een toevoeging is binnen de crossmediale mix van aanbod. Maar sturing op relevantie door de consument blijkt een grotere bedreiging dan aanvankelijk gedacht. Hiermee wordt een wissel getrokken op het nu geldende betaalmodel waarbij het vooral gaat om ‘forced impressions’ van het merk, en dus niet op relevantie van de content. Brandowners verwijzen maar al te gemakkelijk naar hun mediabureaus, omdat zij nu eenmaal geloof hebben in het kwantitatieve bereik. Een kwalitatief bereik van minder mensen, met weliswaar meer kans op conversie door het aanbieden van relevante commerciële content raaks slechts een enkeling. De meerderheid vindt het niet de moeite zich daarin te verdiepen. Het onderzoek binnen brandowners loopt echter nog. Het is gebleken dat hierin een meetbare indeling te maken met conclusies die per groep zouden geleden, aanzienlijk complexer is dan aanvankelijk gedacht.
Op demo gebied voldoet de ontwikkelde HTML5/CSS demo nauwelijks meer. Met de komst van de iPad en daarop bijvoorbeeld applicaties als FlipBoard maakten het moeilijker spelers te overtuigen van de vernieuwende aspecten binnen het concept. De sexy user interface van FlipBoard spreekt meer aan dan het onderliggende concept van ketenvernieuwend denken binnen het nieuwsmarkt concept. De komst van de iPad biedt natuurlijk meer mogelijkheden om beter te kunnen filteren en vraagt dus ook om een meer aansprekende demo dan slechts een HTML5 gebaseerde webapp. Dus ook de ontwikkeling van de uiteindelijke app is na anderhalf jaar verder vooruitgeschoven voor wat betreft de te kiezen technologie. Vele discussies met deskundigen over native- en webapps hebben nog niet geresulteerd in een sluitende conclusie. Wel is duidelijk geworden dat app ontwikkelaars voorla reactief produceren op basis van marktvraag. De vele veelal jongere ondernemers/ondernemingen zijn niet of nauwelijks geïnteresseerd in participatie in een project waarbinnen zij niet heel snel zicht hebben op inkomsten.
Concluderend komt het nieuwsmarkt concept nogal wat hobbels tegen op de weg van idee via ontwikkeling naar lancering in de markt. Twee jaar geleden was het concept nauwelijks uit te leggen. Dat is nu met de komst van een aantal apps die enkele aspecten van de nieuwsmarkt visie in zich hebben, wel makkelijker geworden. Maar ook gesprekken met mogelijke investeerders resulteerden hoofdzakelijk in een korte termijn visie waarbij de investeerder vooral op zoek was naar 15% rendement op de kortst mogelijke termijn, zonder zelf een duidelijk inbreng te hebben in kennis en kunde. Eind volgende maand verschijnt de eerste uitgebreide tussenrapportage en zal in overleg met het Stimuleringsfonds voor de Pers worden gekeken naar het vervolg van het onderzoek, welke zich dan vooral zal richten op brandowners/retailers en de consument.
Het is bijna onwerkelijk dat het aantal social media experts zo explosief groeit. Misschien komt het door de enorme groei in ZZP’ers die als ‘goudzoekers’ een vak zoeken welke nog niet is uit ontwikkeld of misschien nog geen eens bestaat. Het is opvallend hoe de geschiedenis zich voor de derde keer herhaalt.
• Waarschuwing: extreem lange leestijd, veel langer dan de tijd die de gemiddelde bezoeker hier aanwezig is…….
• Inleiding voor workshop 4 oktober, waar vooral praktische zaken centraal staan, neem laptop, smartphone of tablet mee……
Ja, ook ik ben gespecialiseerd (of op zijn minst geweest) in multimedia en crossmedia. Begin oktober sta ik bij Customermedia Council als social media expert voor een groep mensen: ‘Uitleggen hoe zij met al die gereedschappen moeten omgaan en vooral veel praktische toepassingen laten zien’. Mijn derde leven als expert in een vak, welke min of meer toevallig voorbij kwam.
Nee, ik was niet zo handig om in de beginperiode van social media meteen met hele reeksen seminars en workshops te beginnen. Ik was hooguit verbaasd over een 500 euro kostende workshop die ik een jaar of drie geleden tegenkwam om te leren hoe je in een middag een twitter account kon aanmaken, hoe je vervolgens ‘vrienden’ maakte en hoe je ‘tweets’ heen en weer kon sturen. Ik zit inmiddels al bijna 5 jaar op Twitter, bijna 18.000 tweets, die gezien zouden kunnen worden door 1800 volgers. Van een even groot aantal zou ik ook de tweets kunnen zien. Hoe zag ik dat verschijnsel toen ik ermee begon? Ik vertelde mensen dat er iets nieuws was naast SMS’en en MSN’en. De reacties gingen niet veel verder dan wat ophalende schouders en wat verbaasde gezichten. Pas later ontdekte ik de termen ‘permission based’ en ‘non-permission based’. Daar kon ik wat mee, ik ben gek op systemen en structuren. Zo ben ik opgeleid en dat blijft je dan toch achtervolgen.
Net zoals ik voor crossmedia de dwarsverbanden in kaart bracht, is dat ook voor social media op zijn minst rustgevend in de periode waarin het verschijnsel nog steeds een ‘hype gedrag’ vertoont. Eerlijk gezegd denk ik dat de hype van social media ook al voorbij is en gewoon behoort tot de dagelijkse ‘media operaties’, althans binnen bedrijven die het belang ervan zien. Een groot verschil met de hypes multimedia en crossmedia is gelegen in het verschijnsel dat bij social media de ‘gewone’ individu gaat ‘mee communiceren’. Multimedia en crossmedia waren toch vooral in-crowd hypes binnen de media branche en haar opdrachtgevers. Daarbij doorbrak de eerste vooral technologische hindernissen, de tweede doorbrak communicatie kanalen. De social media hype doorbreekt de traditionele zend-communicatie. In die zin betekent het woord ‘social’ vooral dat de mensheid haar invloed kan laten gelden.
Natuurlijk kon die mensheid dat al. Op een verjaardag zeggen dat een vakantiereis van dat ene reisbureau niet beviel, was al een vorm van delen van een mening. Veel echte invloed had het niet. In de krant schrijven lezers zelden stukjes over als reactie op hetgeen zij hebben geconsumeerd van de journalist die dacht dat hij of zij via journalistieke normen de waarheid op tekende. Op weblogs zijn het vooral de bloggers zelf die zich graag laten lezen, het aantal reacties valt over het algemeen tegen en neemt inmiddels behoorlijk af.
Dan dus aan het twitteren, linked-innen, facebook-en en hyves-en, of een beetje van alles. Laats zei iemand binnen mijn politieke bezigheden dat het gebeurd is met e-mail en websites en dat we alleen nog maar met elkaar communiceren via social media kanalen met korte berichtjes. Ik was geschokt door die gedachte. Zou het echt waar zijn? Zou dit hele verhaal in een tweet kunnen? Zou diepgang zijn langste tijd hebben gehad? Natuurlijk is de gemiddelde aanwezigheid van een bezoeker op een website bedroevend laag en inmiddels hebben we een flinke hekel aan de dagelijks behoorlijk vervuilde in-box met steeds meer berichten van mensen, die hun verantwoordelijkheden op jou willen afschuiven. Maar een mensheid zonder diepgang gaat mij wat ver, ondanks het feit dat in onze hedendaagse maatschappij het gevaar van oppervlakkigheid, onverschilligheid en eenzaamheid voortduren op de loer ligt.
Tja, social media, het klinkt natuurlijk lief. Het heeft iets van betrokkenheid of zelfs saamhorigheid. Ik moet zeggen dat daar ook wel een kern van waarheid in zit. Soms kom ook ik heel persoonlijke tweets tegen, die mij dan als mens raken. Je vraagt je dan af met welk doel die tweet is neergezet. Want zou de schrijver min of meer dezelfde inhoud via SMS, MSN, e-mail of een weblog hebben verspreid? Vaak niet, althans dat is mijn vermoeden. Social media uitingen worden nog sneller – en misschien zelfs ondoordacht(er) – ‘gepubliceerd’. Door de snelheid waarmee tegenwoordig je ‘live-streaam’ aan tweets voorbij komen, is de kans op aandacht ook aan het afnemen en zal een ongelukkige tweet niet meteen in ‘schade en schande’ resulteren.
Maar voor ‘merken’ schuilt er wel een gevaar in die ondoordachte tweets. De potentie van social media is echter minsten even groot voor merken. Maar het vereist een nauwkeurig samenspel van gekozen – en vooral zorgvuldig gecombineerde – kanalen, redactie van content, timing en zorgvuldig handelen met je – vaak nog onbekende – doelgroep(en). De inzet van social media binnen een bedrijf begint vaak vanuit een – veelal onschuldig – individueel initiatief. Links en rechts worden wat accountjes aangemaakt en daar wordt wat mee ‘gedaan’. O ja, en social media kanalen zijn echt niet alleen beperkt tot Twitter, LinkedIn, Facebook of Hyves. Het is een crossmediale mix van middelen die moet passen bij je identitiet die je wilt uitstralen. Ja, dat vereist al heel wat denkwerk, alvorens er zomaar wat knopjes worden ingedrukt. In die zin leert de praktijk ons, dat social media, net zoals crossmedia in de beginoperiode, vooral een ‘learning-by-doing’ traject doorloopt en de theorie pas later wordt ontwikkeld. Dus de experts van vandaag zijn eigenlijk zelf de cursisten die het allemaal net iets eerder proberen dan de massa. Maar dat wel graag willen delen, al dan niet tegen betaling.
De combinatie en onderlinge verbindingen van kanalen en de daarin gelegen synergie is de basis voor het ontwikkelen van een social media beleid. In een onderzoek welke ik pakweg een half jaar geleden deed naar het social media gedrag van grote tot zeer grote merken viel op dat weinig samenhang in de kanalen te ontdekken was. Ik kwam vaak niet veel verder dan de optelsom van vooral aantallen kanalen waar ‘iets’ gebeurde. Vaak met Twitter voorop, omdat dat kanaal nu eenmaal ‘non-permission-based’ snel de grootste hoeveelheid volgers kon opleveren. LinkedIn heeft een veel langere ‘leerweg’ te gaan en begon eigenlijk als een persoonlijk on-line adresboek en CV uithangbord. Het onderscheid ‘personen’ en ‘bedrijven’ is nog een zoektocht in het speelveld van social media. Praat je als consument wel met een merk? Is social wel persoonlijk? En hoe leg je de link tussen je merk en je gevoel als mens wanneer een klant via een kanaal een reactie geeft op je product of dienst? Ik vind dat een uitermate boeiend maar tegelijkertijd enorm complex vraagstuk. Let wel, ik ben geen socioloog, psycholoog of marketeer. Ook ik ben slechts een ‘learning-by-doing’ expert geworden, die het ook nog eens leuk vind om die ervaringen op te tekenen in een stuk tekst, waar de meeste bezoekers van deze weblog al niet meer doorheen komen.
Een mens heeft emoties en deze worden geuit op vele manieren. Social media heeft daar een dimensie aan toegevoegd, waarbij het onderscheid privé versus zakelijk een belangrijke rol speelt in het sturen van die emoties. Naarmate we de technische drempels verlagen om die emoties te uiten, moeten vooral merken zich goed bewust zijn van het communicatiebeleid, welke zij binnen die kanalen zelf gaan hanteren. Want het grote verschil is dat ‘iedereen’ kan meekijken en een klein verschil van inzicht kan uitgroeien tot een enorme ‘rel’ rondom een merk. Het is opvallend hoe de grote merken omgaan met aantallen volgers en de mensen die zij zelf volgen. In het al eerder genoemde onderzoekje kwam ik tot schokkende cijfers, vooral op twitter is makkelijk te zien hoe de bedrijven er op dat gebied voorstaan. In veel – heel veel- gevallen, bleek twitter gewoon een nieuw ‘zendkanaal’ te zijn, met vaak duizenden volgers. Die aantallen tonen je een stuk aanhang, loyaliteit zou ik bijna zeggen. Maar dan zie je grote merken die in pakweg twee jaar tijd met 8000 volgers zelf nauwelijks enige tientallen ‘vrienden’ hebben en met hooguit een paar honderd tweets de potentieel grote doelgroep ‘afschepen’. ‘Hoho Luit’, hoor ik velen al zeggen. Natuurlijk kan één tweet al behoorlijk relevant zijn voor slechts een paar mensen en dan doe je het als merk voor hun heel goed. Maar de rest heeft de mogelijkheid die tweet wel te zien en te kwalificeren als niet-relevant. Een tweet van een grote verzekeraar, die wat denkt te zeggen over de voetbalclub die zij sponsoren, doet het goed bij voetbal liefhebbers en vooral van de genoemde club. Maar iemand die bij diezelfde verzekeraar een polis heeft afgesloten die niet lekker rendeert, denkt misschien wel: ‘Hebben die lui daar niets anders te doen, laten ze op mijn geld letten’. En zo een tweet kan als emotionele uiting al heel makkelijk in de tijdlijn verschijnen. Welke zal de meeste aandacht krijgen?
Tot slot het combineren van kanalen. Ik heb dat in dit stuk al meerdere keren aangehaald. Het combineren is onder te verdelen in twee vormen. De eerste vorm is de verwijzingsvorm. Denk bij je primaire kanalen meteen aan de verwijzing naar je social media kanalen. Maak beleid over de wijze waarop je je doelgroep wilt verwijzen naar platformen waar meningen gedeeld kunnen worden. Het social media verkeer vindt plaats op drie enablers, de laptop, de smartphone en de tablet. Elk van deze drie heeft eigen gebruiksmomenten met hun specifieke aandachtskenmerken. Op elk van deze drie kunnen alle mogelijke social media kanalen worden ingeschakeld en geconsumeerd. Ik gaf al eerder aan dat de kanalen niet beperkt zijn tot Twitter, LinkedIn, Facebook en Hyves. Ook YouTube, Scribd, Flickr en SlideShare zijn voorbeelden van social media kanalen. Filmpjes, foto’s, presentaties zijn uitingen die bedrijven zouden kunnen kiezen in hun marketing campagnes. Het is dan zinvol om nieuwe content integraal te communiceren, zodat de aandacht voor die nieuwe content ook werkelijk bij de doelgroep terecht komt. Een website met een gekoppeld twitter account, kan bij de publicatie van een nieuw bericht een tweet sturen naar de doelgroep. Maar omgekeerd kan een tweet met een bepaald kenmerk ook worden geplaatst op het LinkedIn account, welke je bijvoorbeeld gebruikt voor het werven van nieuw personeel. Een overzicht van onlangs gepubliceerde presentaties of documenten in resp. SlideShare en Scribd, heeft standalone lang niet zoveel kracht als hiervan ook melding wordt gedaan via Twitter, of zelfs rechtstreeks te bekijken is via LinkedIn.
Voor velen zijn die koppelingen onbekend en ook bedrijven hebben weliswaar stapels accounts aangemaakt in al die kanalen, maar verbinden deze nog nauwelijks. Dat komt omdat er – vaak nog – geen beleid is ontwikkeld. Social media begint echter wel door te dringen tot de boardrooms van merken. De voorbeelden van een aantal negatieve gevolgen die bepaalde merken hebben ondervonden, bleven niet onopgemerkt. Social media kan grote impact hebben op de resultaten van bedrijven, dat bewustzijn is er inmiddels wel. Het beleid om er dan vervolgens op juiste wijze mee om te gaan, bevindt zich veelal nog in verkennende stadia.
Reserveer je merknaam wel op de meest belangrijke kanalen en geef vooral aan dat je die kanalen die je -nog – niet gebuikt hebt gereserveerd voor toekomstig gebruik. Maak een keuze voor de kanalen die je wel kunt gebruiken en ook daadwerkelijk kunt voorzien van relevante content en bestudeer – al dan niet met hulp van buitenaf – hoe koppelingen tussen die kanalen kunnen worden gemaakt om de synergie te kunnen versterken. Maar voor al het overige: accent op content, relevantie en de waarde van open en eerlijke communicatie met je medemens. Er is niet zo gek veel veranderd……
Volg ons op Twitter
peterluit: Wil ik gaan inzetten als trainingslokatie voor nieuwsmarkt.nl (@ Landgoed Beeckestein) http://t.co/CpBVROmw
10 uur geleden
peterluit: Einde leuke dag met inspirerende afspraken. (@ nieuwsmarkt.nl HQ) http://t.co/tv6W6KzK
6 dagen geleden
peterluit: Terug van middagje met 2 afspraken. Vanavond verder. (@ nieuwsmarkt.nl HQ) http://t.co/viUOsf9p
1 week geleden
